Jouw gids voor werk & inkomen
FB IG LI
Samen Bouwen Logo Samen Bouwen
Investeringen 2026-10-29 | De redactie

Hoe bereken je het rendement van een langetermijnbelegging correct?

Klopt uw percentage

Het rendement van een langetermijnbelegging berekent u correct als samengesteld percentage per jaar, met looptijd, elke storting, dividend en kosten meegerekend.

  • Zonder bijstortingen geldt de basisformule met beginwaarde en eindwaarde over het aantal jaren, alleen geldig als er niets tussendoor is gestort of opgenomen.
  • Met stortingen op verschillende datums telt elke euro met de eigen datum mee, met minstens een inleg en een eindwaarde als tegenstroom.
  • Wilt u het fonds beoordelen, dan blijven stortingen buiten het dagrendement, zo meet u de strategie en niet uw persoonlijke euro-resultaat.
  • Tel dividend bij de koers op, trek alle kosten af en vergelijk pas daarna, want alleen het nettorendement per aanbieder is eerlijk vergelijkbaar.
  • Trek inflatie eraf met een deling en geen simpele aftrek, en haal fiscaal forfaitair en werkelijk resultaat niet door elkaar.

Zo reken je je rendement om naar een percentage per jaar

U kijkt naar tien jaar beleggen en ziet een mooi bedrag op het overzicht. Hoe vergelijkt u dat met een spaarrekening die per jaar rente geeft? Dat kan pas als u het totaal eerst omzet naar een percentage per jaar, want een rendement over tien jaar en een rendement over een jaar spreken een andere taal.

Hebt u onderweg niets gestort en niets opgenomen, dan volstaat een vaste groeivoet. U deelt de eindwaarde door de beginwaarde, verheft dat tot de macht 1 gedeeld door het aantal jaren en trekt er 1 vanaf. Dat is het tarief dat elk jaar hetzelfde zou zijn toegepast om exact van start naar finish te komen, als een trap met steeds even hoge treden.

Waarom mag u jaarpercentages niet optellen en middelen? Stel: u start met 1.000 euro, verdubbelt naar 2.000 euro en valt terug naar 1.000 euro. Het gemiddelde van +100% en -50% lijkt +25%, terwijl uw vermogen per saldo op nul staat en de berg op en weer naar beneden u terug bij af brengt.

Wilt u de tijd voelen, deel dan 72 door het jaarrendement. Bij 9% per jaar verdubbelt een bedrag in ongeveer 8 jaar, want 72 gedeeld door 9 is 8, zoals de SEC uitlegt. Het blijft een schatting, geen exacte berekening, maar u ziet in een seconde waarom looptijd alles verandert bij het berekenen van rendementen van een langetermijnbelegging.

Uw uitkomst is een foto van het verleden, want beleggen kan meer opleveren dan sparen maar ook minder en uw inleg is meestal niet gegarandeerd, al kunt u het risico dempen door een defensieve beleggingsportefeuille op te bouwen.

Met extra inleg en opnames werkt de gewone formule niet meer

U stort elke maand een bedrag en wilt weten hoe u de rendementen van een langetermijnbelegging correct berekent met al die bijstortingen erbij. Dan telt niet alleen hoeveel u inlegt maar ook wanneer u het inlegt; die factor tijd verklaart precies hoe u al met dagelijks sparen miljonair kunt worden. De interne voet zoekt het ene percentage dat elke storting met de eigen datum precies laat uitkomen op de eindwaarde, waarbij binnenkomend en uitgaand geld tegen elkaar worden weggestreept tot nul.

Hebben uw bedragen geen vast ritme, dan hebt u de variant voor onregelmatige datums nodig. U zet elke storting en elke opname met de kalenderdatum in een rekenblad, met de eindwaarde als laatste positieve stroom. Zonder minstens een negatieve stroom van inleg en een positieve stroom van opbrengst valt er niets te rekenen, ook al voelt de portefeuille compleet.

Wilt u weten hoe goed het fonds zelf presteerde, los van uw timing? Dan houdt u stortingen en opnames buiten het dagrendement en schakelt u dagcijfers aaneen. Een storting verhoogt wel de waarde van uw portefeuille, maar het is geen beleggingsopbrengst en zo beoordeelt u de strategie en niet uw persoonlijke geluk met het instapmoment.

Welke berekening past bij uw vraag? Dit overzicht zet de drie wegen naast elkaar.

Situatie CAGR: reken zonder tussentijdse stortingen XIRR: reken met elke storting en datum TWRR: beoordeel alleen de beleggingen
Heb je tussentijdse stortingen? Nee Ja, elke storting met datum en minstens een negatieve en een positieve stroom Ja, maar ze wegen niet mee in het dagrendement
Wat lees je af? Het rendement per jaar Jouw rendement op je ingelegde geld De prestatie van de beleggingen zelf

Vul uw eigen cijfers in om te zien welke methode de tool kiest voor uw periode.

Uw cijfer per jaar

De waarden en de looptijd staan al ingevuld met een voorbeeld. Pas ze aan en kies of u met of zonder inflatie rekent.

Indicatie op basis van de formules in dit dossier. Geen persoonlijk advies.

{
  "fields": [
    {"name": "begin", "label": "Beginwaarde in euro", "type": "number"},
    {"name": "eind", "label": "Eindwaarde in euro", "type": "number"},
    {"name": "jaren", "label": "Looptijd in jaren", "type": "text"},
    {"name": "inflatie", "label": "Rekenen met inflatie", "type": "text"}
  ],
  "compute": "var begin=Number(inputs.begin),eind=Number(inputs.eind),jaren=Number(inputs.jaren);if(!(begin>0)||!(eind>0)||!(jaren>0))return 'Controleer de ingevulde waarden.';var cagr=Math.pow(eind/begin,1/jaren)-1;var pct=(cagr*100).toFixed(2).replace('.',',');if(String(inputs.inflatie)==='reeel'){var reel=(1+cagr)/1.034-1;var rpct=(reel*100).toFixed(2).replace('.',',');return 'Samengesteld rendement: '+pct+' procent per jaar. Na inflatie van 3,4 procent (CBS, september 2026) houdt u '+rpct+' procent per jaar over aan koopkracht.';}return 'Samengesteld rendement: '+pct+' procent per jaar over '+jaren+' jaar, zonder tussentijdse stortingen of opnames.';",
  "fixtures": [
    {"inputs": {"begin": 1000, "eind": 2000, "jaren": "8", "inflatie": "nominaal"}, "expected": "Samengesteld rendement: 9,05 procent per jaar over 8 jaar, zonder tussentijdse stortingen of opnames."},
    {"inputs": {"begin": 1000, "eind": 1000, "jaren": "2", "inflatie": "nominaal"}, "expected": "Samengesteld rendement: 0,00 procent per jaar over 2 jaar, zonder tussentijdse stortingen of opnames."},
    {"inputs": {"begin": 1000, "eind": 1060, "jaren": "1", "inflatie": "reeel"}, "expected": "Samengesteld rendement: 6,00 procent per jaar. Na inflatie van 3,4 procent (CBS, september 2026) houdt u 2,51 procent per jaar over aan koopkracht."}
  ],
  "result_label": "",
  "error_text": "Controleer de ingevulde waarden."
}

Krijgt u twee verschillende percentages voor dezelfde portefeuille, dan is geen van beide fout. De vraag bepaalt de methode: beoordeelt u het fonds of rekent u wat uw geld heeft opgeleverd? Kies eerst, reken daarna, anders kiest u achteraf het cijfer dat het mooiste oogt.

Houten vouwliniaal als gelijke trap naast muntstapels op vensterbank, zacht daglicht

Dividend en kosten: van brutorendement naar nettorendement

U opent het overzicht en ziet alleen de koers van uw fonds. Mist u dan iets? Ja, want het totaalrendement is koersverandering plus alles wat tussendoor is binnengekomen aan dividend, coupons en uitkeringen. Wie alleen naar de koers kijkt, onderschat een portefeuille die netjes uitkeert.

Let op het etiket, want twee totaalrendementen kunnen allebei kloppen en toch verschillen. Bij een los aandeel telt dividend mee zonder dat het opnieuw wordt belegd, bij fondsen en trackers wordt verondersteld dat alle inkomsten opnieuw meedoen. Wilt u het effect van herbeleggen echt meten, reken dan met een koers waarin herbelegging zit of boek elk dividend als aparte storting met datum mee.

Daarna komt de tweede knip: bruto is voor kosten, netto is na aftrek van kosten. Het eerste cijfer streelt, het tweede blijft over. Wilt u aanbieders van beleggingen vergelijken op waarde en kosten over een lange periode, leg dan alleen nettorendement naast elkaar.

Een laag kostenpercentage zegt op zichzelf weinig. Kosten horen altijd samen met risico en rendement in beeld, want een goedkoop product met veel risico of zwakke opbrengst helpt u niet verder. Lees de regel met kosten dus nooit los uit de tabel.

Welke regels vraagt u op voor u netto rekent? Vraag het volledige overzicht: eenmalige kosten voor overstap of beeindiging, doorlopende kosten voor beheer en advies, transactiekosten, kosten voor nevendiensten zoals bewaarloon en onderzoek, en incidentele kosten zoals prestatievergoedingen.

Klein verschil, groot gat

Kosten drukken elk jaar op het nettorendement en over een lange horizon mist u ook het rendement op dat ingehouden stukje zelf, zonder vast percentage dat voor elk product geldt.

Belasting en inflatie: het rendement dat je écht overhoudt

U ziet 6,00% staan en denkt dat u dat hebt verdiend. Dat klopt niet, want de Belastingdienst rekent voor 2026 met 6,00% als fictief rendement voor beleggingen en andere bezittingen. Het is de rekenbasis voor de heffing, niet uw werkelijk behaalde groei van spaargeld en beleggingen.

De heffing zelf bedraagt 36% in 2026 en wordt berekend over het voordeel uit sparen en beleggen, niet over de waarde van uw portefeuille. U haalt er dus geen percentage van uw vermogen af. Valt uw werkelijke rendement lager uit dan het fictieve, dan wordt dat lagere werkelijke rendement belast, maar dat gebeurt pas bij de definitieve aanslag.

Ook uw dividend komt niet bruto binnen. Op dividend wordt meestal 15% ingehouden, zo meldt de Belastingdienst, en die kunt u als inwoner verrekenen met de inkomstenbelasting. Reken daarom altijd met het nettobedrag, anders rekent u zich rijk met geld dat u nooit hebt ontvangen.

Daarna eet de inflatie nog een hap uit uw cijfer. In september 2026 bedroeg de prijsstijging op jaarbasis 3,4%, zo meldt het CBS, dus hetzelfde bedrag op de rekening koopt minder dan een jaar eerder. Bij 2,5% nominaal en 3% stijging van prijzen houdt u zelfs -0,5% aan koopkracht over, waarmee de ECB met een rekenvoorbeeld de impact van inflatie op uw beleggingsrendement tastbaar maakt: meer euro’s, minder boodschappen.

Hoe haalt u inflatie er correct af? De exacte som is 1 plus nominaal gedeeld door 1 plus inflatie min 1. De korte aftrek van nominaal min inflatie werkt alleen als de inflatie laag is. Bij hoge inflatie geeft simpel aftrekken een te rooskleurig beeld van uw jaarlijks rendement.

Hoe zet u alles in de juiste volgorde voor u vergelijkt? Bepaal eerst alle geldstromen met datum, kies daarna de methode en ga van bruto naar netto en pas dan van nominaal naar reeel. Annualiseer alles over dezelfde periode, want een totaal over tien jaar naast een jaarcijfer leggen vergelijkt twee dingen die een andere taal spreken.

Author

Over de auteur

Geschreven door De redactie

Gerelateerde artikelen