Italië komt gevaarlijk dicht bij Griekenland in de race om de hoogste schuld van de eurozone
Dacht u dat Griekenland voor altijd de onbetwiste koning van de Europese schuldenberg zou blijven? Denk dan nog maar eens goed na. Terwijl we vandaag, op 5 mei 2026, de economische balans opmaken, is één ding glashelder: de voorsprong van Athene smelt sneller weg dan jarenlang voor mogelijk werd gehouden. De grote vraag die nu door Brussel gonst, is niet langer óf de kloof krimpt, maar hoe lang Griekenland zijn titel van zwaarst beladen land van de eurozone nog vasthoudt. Want nee, Italië heeft Griekenland nog niet ingehaald, maar de cijfers tonen wel een spectaculaire inhaalrace. Dit is geen droog lijstje statistieken, dit is een machtsverschuiving die de financiële zenuwen in Europa blootlegt.

De grote inhaalrace: Athene valt terug, Rome blijft loodzwaar
Laten we de feiten erbij pakken, want die zijn al straf genoeg. In het tweede kwartaal van 2024 stond Griekenland nog op torenhoge 163,6% van het bruto binnenlands product (bbp), terwijl Italië op 137,0% bleef steken. Een kloof van meer dan 26 procentpunten leek gigantisch. Maar daarna ging het hard. Tegen het einde van 2024 was de Griekse schuld al gezakt naar 153,6%, terwijl Italië op 135,3% uitkwam. En in het eerste kwartaal van 2025 kromp Griekenland verder naar 152,5%, terwijl Italië juist opliep naar 137,9%.
De nieuwste mokerslag kwam pas daarna. Volgens de laatste Eurostat-publicatie, beschikbaar begin mei 2026, stond Griekenland eind 2025 nog steeds bovenaan met 146,1% van het bbp, tegenover 137,1% voor Italië. De kloof is dus fors kleiner geworden, maar de troonswissel is nog niet gebeurd. Dat maakt het verhaal eigenlijk nog spannender: Griekenland blijft officieel nummer één, maar Italië blijft gevaarlijk dichtbij. Waar Athene duidelijk afbouwt, blijft Rome gevangen in een schuldniveau dat nauwelijks wil buigen.
Wat betekent die bijna 88% eigenlijk voor uw portemonnee?
Nu vraagt u zich misschien af: wat heb ik te maken met die abstracte percentages? Heel simpel: hoe zwaarder de overheidsschuld, hoe meer druk er komt op begrotingen, rentegevoeligheid en politieke keuzes. Een schuldgraad van 87,8% voor de eurozone betekent niet dat “we bijna een jaar moeten werken om de schuld af te betalen”, maar wel dat de overheidsschuld bijna even groot is als wat de economie in een jaar produceert. Voor Griekenland en Italië ligt die verhouding nog altijd ver boven dat niveau, en precies daarom blijven beleggers, banken en beleidsmakers zo scherp kijken naar elke nieuwe publicatie.
Het contrast binnen Europa blijft daarbij enorm. Terwijl Griekenland en Italië ver boven de rest uitsteken, zaten de laagste schuldquotes eind 2025 in Estland, Luxemburg, Denemarken en Bulgarije. Eurostat baseert die kwartaalcijfers op de Maastricht-definitie van overheidsschuld binnen het kader van de Excessive Deficit Procedure. Die schuld bestaat uit contanten en deposito’s, schuldbewijzen en leningen — geen politieke slogan dus, maar een harde boekhoudkundige realiteit. En net daar wringt het voor Italië: de schuld blijft hoog, zelfs wanneer de economie niet volledig stilvalt.
De nieuwe realiteit van de eurozone
We staan dus niet aan het einde van een verhaal, maar midden in een historische verschuiving. De tijd dat Griekenland onaantastbaar bovenaan stond, is voorbij. Athene heeft zijn schuldgraad fors omlaag gekregen tegenover de piek van de crisisjaren, terwijl Italië hardnekkig rond de 135% à 138% blijft hangen. Dat is de echte boodschap van 2026: de kloof wordt kleiner, snel zelfs, maar de kroon is nog niet van eigenaar gewisseld.
Wat we de komende maanden gaan zien, wordt daarom cruciaal. Als Griekenland verder blijft afbouwen en Italië blijft slabakken, blijft Athene weliswaar nummer één, maar met een steeds dunnere voorsprong. Als Italië opnieuw stijgt en Griekenland nog sneller daalt, dan komt de symbolische machtswissel pas echt in beeld. Eén ding is zeker: de volgende Eurostat-releases worden geen voetnoot, maar mogelijk het moment waarop de schuldenkaart van de eurozone definitief herschreven wordt.
Over de auteur
Geschreven door Michael de Jong
Samen Bouwen